Rb. Rotterdam, 06-01-2016, nr. C/481056 / HA ZA 15-782
ECLI:NL:RBROT:2016:233
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
06-01-2016
- Zaaknummer
C/481056 / HA ZA 15-782
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2016:233, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 06‑01‑2016; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
Uitspraak 06‑01‑2016
Inhoudsindicatie
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/481056 / HA ZA 15-782
Vonnis in incident van 6 januari 2016
in de zaak van
de rechtspersoon naar Panamees recht
GOLD KUBE S.A.,
gevestigd te Panama City (Panama),
eiseres in conventie,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. A.C. Mens,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in het incident,
advocaat: mr. J.E.J. Jansen.
Partijen zullen “Gold Kube” en “ [gedaagde] ” worden genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding van 30 juni 2015, met producties;
- -
de conclusie van antwoord tevens incidentele vordering tot zekerheidsstelling, met producties;
- -
de incidentele conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De vordering in het incident en de beoordeling daarvan
2.1.
[gedaagde] vordert dat Gold Kube bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan Gold Kube veroordeeld zou kunnen worden en het bedrag van die zekerheid te bepalen op de som van € 15.000,- althans tot een door de rechtbank te bepalen bedrag.
[gedaagde] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat Gold Kube in Panama City, Panama is gevestigd.
2.2
Gold Kube concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering. Zij betwist de omvang van de zekerheidsstelling en voert als verweer dat indien zij in de proceskosten zou worden veroordeeld, die veroordeling in Panama ten uitvoer kan worden gelegd door middel van een exequatur.
2.3
Vaststaat dat Gold Kube in Panama is gevestigd, zodat de vordering van [gedaagde] voldoet aan de voorwaarden voor toewijzing gesteld in het eerste lid van artikel 224 Rv. Gold Kube beroept zich op de uitzondering vermeld in artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv. Gesteld noch gebleken is dat Panama partij is bij een verdrag dat, al dan niet na het doorlopen van een exequaturprocedure, voorziet in tenuitvoerlegging van een proceskostenveroordeling. Voor zover Gold Kube bedoelt dat de Panamese wet voorziet in een exequaturprocedure, geldt dat een dergelijke procedure niet valt onder de uitzondering waarop zij zich beroept. Onder ‘een wet’ in artikel 224 lid 2 aanhef en onder b Rv moet blijkens de memorie van toelichting bij de Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Kamerstukken II, 2008/09, 31959, nr. 3. p. 63), waarbij die woorden in die bepaling zijn ingevoegd, worden verstaan de wet op grond waarvan vonnissen die in Nederland zijn gewezen, in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten uitvoer kunnen worden gelegd. Gelet hierop slaagt het verweer niet. De vordering is daarom toewijsbaar.
2.4
De rechtbank begroot de proceskosten tot betaling waarvan Gold Kube zou kunnen worden veroordeeld op een (afgerond) bedrag van EUR 6.000,00 (3 punten met een waarde van € 1.421,- per punt). Daarbij wordt (voorlopig) uitgegaan van een procesverloop zonder complicaties en het door [gedaagde] betaalde griffierecht ad EUR 1.533,00.
2.5
De beslissing omtrent de kosten van het incident zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1
beveelt Gold Kube zekerheid te stellen voor een bedrag van EUR 6.000,00 (zesduizend euro) voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan
Gold Kube naar aanleiding van haar vordering zou kunnen worden veroordeeld,
3.2
bepaalt dat de zekerheid – op straffe van niet-ontvankelijkheid van Gold Kube in de hoofdzaak – binnen drie weken na deze uitspraak dient te worden gesteld in de vorm van een door een Nederlandse bank af te geven onherroepelijke bankgarantie,
3.3
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
3.4
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 20 januari 2016 voor het bepalen van een datum voor een comparitie van partijen.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op
6 januari 2016.
2294/16968