JWB 2015/316
Arbeidsrecht, verbintenissenrecht
HR 18-09-2015, ECLI:NL:HR:2015:2722
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 september 2015
- Zaaknummer
14/00189
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2722, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑09‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:356, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑03‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑02‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑12‑2013
- Wetingang
Artikel: 7:635 lid 4 (oud) BW, 7:640a BW, 6:162 BW, 94 grondwet, 120 grondwet, richtlijn 93/104/EG, richtlijn 2003/88/EG, 4 lid 3 VEU, 288 VWEU
Essentie
Arbeidsrecht, verbintenissenrecht
Samenvatting
Casus
Eiser in eerste aanleg/verweerder in cassatie (hierna te noemen verweerder) is op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest voor een werkgever. Verweerder is gedurende het dienstverband ziek geworden, waarna het dienstverband op een gegeven moment geeindigd is met toestemming van het CWI. Verweerder heeft slechts een vergoeding ontvangen voor de vakantiedagen die hij in de laatste zes maanden van het dienstverband heeft opgebouwd (conform artikel 7:635 lid 4 BW oud). Verweerder stelt de Staat aansprakelijk voor misgelopen inkomsten uit uitbetaling van niet genoten vakantiedagen bij beeindiging van het dienstverband.
Rechtsvraag
Is de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.