NJB 2018/2007:Mensenhandel in de zin van art. 273f lid 1 aanhef en onder 9º Sr: mede gelet op de wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met dit 9º onderdeel wordt gekwalificeerd als ‘mensenhandel’ en ten tijde van het tenlastegelegde werd bedreigd met een gevangenisstraf van zes jaren (thans twaalf jaren), moet worden aangenomen dat de onder 9º omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. Dit brengt mee dat de in art. 273f lid 1 onder 9º Sr bedoelde gedragingen van degene die een ander dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen als in die bepaling bedoeld, eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat is voldaan aan voormelde voorwaarde dat die gedragingen zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. ‘Uitbuiting’ moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f lid 1 aanhef en onder 9º Sr. A-G: anders