M en R 2012/106
Principe-uitspraak over het stelsel van de Waterwet inzake waterbergingen.
RvS 25-04-2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3861, m.nt. F.A.G. Groothuijse
- Instantie
Raad van State
- Datum
25 april 2012
- Magistraten
Van Kreveld, Sorgdrager, Timmerman-Buck
- Zaaknummer
201111989/1/A4.
- Noot
F.A.G. Groothuijse
- LJN
BW3861
- JCDI
JCDI:ADS641686:1
- Vakgebied(en)
Waterrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2012:BW3861, Uitspraak, Raad van State, 25‑04‑2012
- Wetingang
Waterwet art. 1.1 lid 1, art. 5.1, art. 5.4 lid 1, art. 5.26, hoofdstuk 7; Wro
Essentie
Principe-uitspraak over het stelsel van de Waterwet inzake waterbergingen.
Samenvatting
De Afdeling ziet aanleiding om mede ten behoeve van de duidelijkheid in de bestuurspraktijk, enkele opmerkingen te maken over het stelsel van de Waterwet, voor zover deze wet betrekking heeft op waterbergingen. Bij waterberging zijn juridisch drie elementen te onderscheiden. Allereerst is er de aanwijzing van een gebied tot bergingsgebied. Dit is primair een kwestie van ruimtelijke ordening, een planologische aanwijzing. Het gewenste bergingsgebied moet als zodanig ruimtelijk worden ingepast. Voorts neemt de beheerder het bergingsgebied op op de legger als bedoeld in art. 5.1 Wtw (Waterwet). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.