NJB 2024/2530
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Bereidheid zich te doen horen. Hoge Raad: Slagende klacht tegen de vaststelling van de rechtbank dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
HR 22-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1721
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02680
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1721, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1001, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Bereidheid zich te doen horen. Hoge Raad: Slagende klacht tegen de vaststelling van de rechtbank dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. E.F.A. Linssen-van Rossum, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In deze zaak heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden. Betrokkene is niet verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
Hoge Raad
Het middel is gericht tegen de vaststelling van de rechtbank dat betrokkene niet bereid was zich te doen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.