NJB 2024/2603
Uitlevering en vrijheidsbeneming: op grond van art. 56 lid 2 Uitleveringswet is onder meer art. 87 Sv van overeenkomstige toepassing op bevelen als bedoeld in art. 56 lid 1 Uitleveringswet van de rechtbank of de rechter-commissaris dat de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst. Bij opschorting of schorsing van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon staat voor de officier van justitie tegen die beslissing hoger beroep open bij de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof; zie art. 56 lid 2 Uitleveringswet jo art. 87 lid 1 Sv. Als de rechtbank een verzoek tot opschorting of schorsing afwijst, is van een bevel als bedoeld in artikel 56 lid 2 Uitleveringswet geen sprake. Niettemin moet worden aangenomen dat de wetgever voor die situatie ook het rechtsmiddel van hoger beroep voor de opgeëiste persoon heeft willen openstellen. Wat betreft de vraag tot welk moment kan worden bevolen dat de vrijheidsbeneming op grond van de Uitleveringswet wordt opgeschort of geschorst geldt dat art. 56 lid 1 Uitleveringswet zo moet worden uitgelegd dat de bevoegdheid om zo’n bevel te geven niet meer bestaat wanneer de officier van justitie in kennis is gesteld van de beslissing van de minister dat de uitlevering is toegestaan. Dit neemt niet weg dat in die fase van de uitleveringsprocedure de regeling van artikel 37 Uitleveringswet toepassing vindt, op grond waarvan de gevangenneming of gevangenhouding periodiek door de rechtbank wordt getoetst en op grond waarvan, onder meer op verzoek van de opgeëiste persoon, door de rechtbank de beëindiging van de vrijheidsbeneming kan worden gelast.
HR 26-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1735
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/02838 CW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1735, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:825, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Uitlevering en vrijheidsbeneming: op grond van art. 56 lid 2 Uitleveringswet is onder meer art. 87 Sv van overeenkomstige toepassing op bevelen als bedoeld in art. 56 lid 1 Uitleveringswet van de rechtbank of de rechter-commissaris dat de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon voorwaardelijk wordt opgeschort of geschorst. Bij opschorting of schorsing van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon staat voor de officier van justitie tegen die beslissing hoger beroep open bij de rechtbank onderscheidenlijk het gerechtshof; zie art. 56 lid 2 Uitleveringswet jo art. 87 lid 1 Sv. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.