Prg. 2022/243
Het bestaan van de wachtgeldregeling blokkeert het recht van werkneemster op een transitievergoeding, ook als er geen wachtgeld wordt uitgekeerd.
HR 03-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:815
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 2022
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
20/02749
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Onderwijspersoneel / Arbeidsvoorwaarden en rechtspositie
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:988, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2022
ECLI:NL:HR:2022:815, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1040, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑09‑2020
- Wetingang
Art. 7:673 BW; art. 2 lid 1 Besluit overgangsrecht transitievergoeding
Essentie
Arbeidsrecht. Werkneemster ontvangt geen transitievergoeding, omdat zij recht heeft op wachtgeld. Het wachtgeld wordt niet uitbetaald. Maakt werkneemster alsnog aanspraak op transitievergoeding?
Nee. Wachtgeld blokkeert recht op transitievergoeding. Wetgever heeft onder ogen gezien dat bepaalde voorzieningen niet tot uitkering komen en hier geen regeling voor getroffen.
Samenvatting
In afwijking van artikel 7:673 BW is bepaald dat de transitievergoeding niet verschuldigd is als een werknemer wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst recht heeft op een vergoeding of voorziening. Conform de cao heeft werkneemster recht op een dergelijke voorziening (wachtgeld), maar het wachtgeld wordt niet uitbetaald, aangezien zij een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.