NJB 2017/1038:Een ‘staat van verminderd bewustzijn’ als bedoeld in art. 243 Sr: in casu kon het hof oordelen dat de aangeefster heeft verkeerd in een staat van verminderd bewustzijn en dat de verdachte van die staat weet had, mede erop gelet dat de aangeefster tegen het einde van het feestje een dronken indruk maakte, ineens ging overgeven, verward overkwam, begon zij te ijlen, op enig moment ‘voor pampus’ lag, terwijl de aangeefster tijdens de seksuele handelingen door verdachte zich op dat moment nog steeds niet goed voelde, zich niet goed kon bewegen en zich niet kon verzetten omdat zij te ziek was. Daaraan doet niet af dat de aangeefster kennelijk in staat was kort voor het bewezenverklaarde handelen te vragen om een arts noch dat zij ten tijde van het bewezenverklaarde handelen tweemaal heeft gezegd ‘niet doen!’ en heeft geprobeerd de verdachte weg te duwen