NJB 2015/466
Unus testis, nullus testis: géén schending art. 342 lid 2 Sv in oplichtingszaak, gelet op soortgelijke modus operandi bij andere feiten. Bestanddeel ‘aannemen van een valse hoedanigheid’ art. 326 Sr: daarvan geen sprake vanwege de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper. In casu omvatten de gedragingen van de verdachte meer dan het enkele zich voordoen als een bonafide koper, nu de verdachte zich telkens in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een belangstellende die voornemens is de hem voor een proefrit ter hand gestelde fiets terug te brengen, waarbij de verdachte kennelijk telkens heeft gehandeld volgens een tevoren bedachte werkwijze, welke werkwijze onder meer heeft bestaan uit het achterlaten van een waardeloos onderpand. Onttrekking aan het verkeer, art. 36b en 36c Sr: in casu niet begrijpelijk oordeel dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen (waaronder tasjes, papieren, kranten, folders van fietsendealers, een landkaart op meerdere plaatsen gemarkeerd en een boek auto A3), die door het hof klaarblijkelijk zijn opgevat als een gezamenlijkheid van voorwerpen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Nu in dit geval is voldaan aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring van deze gezamenlijkheid van voorwerpen, heeft de verdachte echter onvoldoende belang bij vernietiging op dit punt
HR 17-02-2015, ECLI:NL:HR:2015:326
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
17 februari 2015
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, J. de Hullu, V. van den Brink
- Zaaknummer
14/01169
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:326, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 17‑02‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:2869, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑12‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2014
- Wetingang
(Sr art. 36b, 36c, 326; Sv art. 342 lid 2)
Essentie
Unus testis, nullus testis: géén schending art. 342 lid 2 Sv in oplichtingszaak, gelet op soortgelijke modus operandi bij andere feiten. Bestanddeel ‘aannemen van een valse hoedanigheid’ art. 326 Sr: daarvan geen sprake vanwege de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper. In casu omvatten de gedragingen van de verdachte meer dan het enkele zich voordoen als een bonafide koper, nu de verdachte zich telkens in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als een belangstellende die voornemens is de hem voor een proefrit ter hand gestelde fiets terug te brengen, waarbij de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.