NJB 2018/374
Oproeping veroordeelde voor de behandeling van een op de voet van art. 22g lid 3 Sr ingediend bezwaarschrift tegen toepassing van vervangende hechtenis indien de tenuitvoerlegging van een opgelegde taakstraf faalt: de oproeping van de veroordeelde tot bijwoning van die behandeling hoeft niet te worden betekend zodat met toezending van de oproeping over de post kan worden volstaan. Hierbij geldt dat de rechter die het bezwaarschrift behandelt zal behoren na te gaan of de veroordeelde behoorlijk is opgeroepen en, zo dit niet het geval is, een nieuwe oproeping door toezending over de post zal moeten gelasten of op andere wijze – bijvoorbeeld door betekening van de oproeping – bewerkstelligen dat de veroordeelde met de datum van de behandeling bekend kan zijn en gebruik kan maken van zijn recht om bij de behandeling van het bezwaarschrift aanwezig te zijn. Het voorgaande geldt eveneens bij de behandeling van een op de voet van art. 22f lid 3 Sr ingediend bezwaarschrift, waarop art. 22h Sr het bepaalde in art. 14h lid 3 Sr eveneens van overeenkomstige toepassing verklaart. Hetzelfde is het geval met de equivalenten van beide bezwaarschriftenprocedures in het jeugd- en jongvolwassenenstrafrecht als vervat in art. 77o lid 5 en art. 77p lid 3 Sr, waarbij art. 77ee lid 1 Sr onder meer art. 14h lid 3 Sr van overeenkomstige toepassing verklaart
HR 30-01-2018, ECLI:NL:HR:2018:118
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 januari 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma en A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
17/01829 CW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:118, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑01‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:1209, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑11‑2017
- Wetingang
Essentie
Oproeping veroordeelde voor de behandeling van een op de voet van art. 22g lid 3 Sr ingediend bezwaarschrift tegen toepassing van vervangende hechtenis indien de tenuitvoerlegging van een opgelegde taakstraf faalt: de oproeping van de veroordeelde tot bijwoning van die behandeling hoeft niet te worden betekend zodat met toezending van de oproeping over de post kan worden volstaan. Hierbij geldt dat de rechter die het bezwaarschrift behandelt zal behoren na te gaan of de veroordeelde behoorlijk is opgeroepen en, zo dit niet het geval is, een nieuwe oproeping door toezending over de post zal moeten gelasten of op andere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.