RI 2014/51
Redelijkheid termijn. Afweging belangen. Heeft de R-C het beginsel van hoor en wederhoor geschonden? (Glencore AG/Van Leeuwen en Butterman q.q.)
HR 20-12-2013, ECLI:NL:HR:2013:2051 (Glencore/Van Leeuwen)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2013
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth
- Zaaknummer
12/05661
- Conclusie
A-G mr. A. Hammerstein
- Roepnaam
Glencore/Van Leeuwen
- JCDI
JCDI:ADS917488:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:2051, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:915, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑10‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑12‑2012
- Wetingang
Art. 58 Fw
Essentie
Art. 58 Fw. Redelijkheid termijn. Afweging belangen.
Heeft de rechter-commissaris het beginsel van hoor en wederhoor geschonden?
Samenvatting
Zalco was een gieterij, smelterij en anodefabriek. Ze produceerde onder meer aluminium. Zalco is op 13 december 2011 in staat van faillissement verklaard. Ten bate van Glencore AG is vóór faillissement een derdenpandrecht gevestigd ten aanzien van al hetgeen Glencore te vorderen had van de moeder- en een zustervennootschap van Zalco.
De curatoren van Zalco hebben het productieproces binnen Zalco stilgelegd. Als gevolg daarvan is het in de smeltovens aanwezige aluminium gestold en één geworden met de smeltovens. In een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.