HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:41.
HR, 13-05-2025, nr. 23/01604
ECLI:NL:HR:2025:737
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13-05-2025
- Zaaknummer
23/01604
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:737, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:235
ECLI:NL:PHR:2025:235, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑02‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:737
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0171
Uitspraak 13‑05‑2025
Inhoudsindicatie
Onderzoek Amber. Medeplegen voorbereidingshandelingen invoer van heroïne vanuit Turkije naar Nederland (art. 10a.1.2 jo. 10.5 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11b.1 Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 437.2 Sv. Kan klacht dat hof heeft nagelaten te responderen op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak van tlgd. feiten, worden aangemerkt als cassatiemiddel? Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 23/01465, 23/01510 P, 23/01511, 23/01513 P, 23/01593, 23/01614 en 23/01616 P en met 23/01582 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01604
Datum 13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2023, nummer 23-002301-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Polat een schriftuur ingediend.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur met cassatiemiddelen heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.
Conclusie 18‑02‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Onderzoek 'Amber'. Criminele organisatie gericht op handel in heroïne. Geen cassatiemiddel in de zin van de wet. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep. Samenhang met 23/01511, 23/01510 P, 23/01513 P, 23/01593, 23/01465, 23/01614, 23/01616 P.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/01604
Zitting 18 februari 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte
Het cassatieberoep
1. Bij arrest van 14 april 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15/870964-14 en 15/258114-14 bevestigd, behoudens ten aanzien van de strafoplegging en met correcties in het vonnis. Het hof heeft het vonnis ten aanzien van de strafoplegging vernietigd en opnieuw rechtdoende de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr.
2. Bij het genoemde vonnis had de rechtbank Noord-Holland de verdachte in de zaak met parketnummer 15/870964-14 veroordeeld voor (1) “medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich en een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen” en (2) “het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid van de Opiumwet” en in de zaak met parketnummer 15/258114-14 voor “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III”.
3. Er bestaat – met inbegrip van de voorliggende zaak – samenhang tussen de zaken [betrokkene 1] (23/01465), [betrokkene 2] (23/01510 P), [betrokkene 3] (23/01511), [betrokkene 3] (23/01513 P), [betrokkene 4] (23/01593), [verdachte] (23/01604), [betrokkene 5] (23/01614), [betrokkene 5] (23/01616 P). In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. In de zaak tegen [betrokkene 6] (23/01582), waarin geen middelen zijn ingediend, heeft de Hoge Raad op 14 november 2023 reeds arrest gewezen.
4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. H. Polat, advocaat in Haarlem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
5. De ingediende schriftuur geeft aanleiding tot het plaatsen van enkele kanttekeningen over de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
6. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan als een cassatiemiddel in de zin van artikel 437 lid 2 Sv slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.1.Het cassatiemiddel dient derhalve aan te geven waarom de door het hof gegeven beslissing onjuist is of in welk opzicht de motivering van die beslissing onvoldoende zou zijn.2.
7. Ik meen dat het middel dat in deze zaak in de schriftuur wordt gepresenteerd niet is aan te merken als een cassatiemiddel in de zin van de wet. In het middel wordt namelijk enkel naar voren gebracht dat het hof heeft nagelaten te responderen op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak van de ten laste gelegde feiten, terwijl niet wordt aangegeven op welk standpunt in dit verband wordt gedoeld.
8. Nu de schriftuur geen cassatiemiddel bevat, kan het middel onbesproken blijven.
Slotsom
9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 18‑02‑2025
A.J.A. van Dorst & M.J. Borgers, Cassatie in strafzaken, Deventer: Wolters Kluwer 2022, p. 270.