RN 2022/1
Zuivere aanvaarding. Welke gedragingen constitueren een zuivere aanvaarding?
HR 29-10-2021, ECLI:NL:HR:2021:1600
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
29 oktober 2021
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink
- Zaaknummer
20/01633
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS631095:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1600, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 29‑10‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:242, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑03‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑05‑2020
- Wetingang
Art. 4:192lid 1 BW (oud); art. 4:192 BW
Essentie
Nalatenschap. Zuivere aanvaarding.
Welke gedragingen constitueren een zuivere aanvaarding?
Samenvatting
Vader is in 2001 overleden, achterlatende vier erfgenamen (moeder en drie kinderen). Vader had over zijn nalatenschap beschikt met een ouderlijke boedelverdeling. Moeder (‘erflaatster’) is overleden in 2014. Bij testament uit 2009 heeft zij twee van haar drie kinderen tot haar enige erfgenamen benoemd.
Een van de twee erfgenamen heeft de kamer van moeder in het verzorgingstehuis ontruimd en de inboedel afgevoerd. Hij heeft voorts in opdracht van moeder en ten laste van haar bankrekening een doos gebak van € 31,15 gegeven aan het personeel van het verzorgingstehuis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.