Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.8:2.8 Drie argumenten
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.8
2.8 Drie argumenten
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90844:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de vorige paragrafen volgt dat vergelijkbare argumenten worden aangevoerd ter rechtvaardiging van deze voorrangspositie voor de leverancier in de vier rechtsstelsels en twee modelwetten. Deze argumenten breng ik onder in drie categorieën: het economische argument, het nauwe band-argument en het niet-benadelende karakter-argument.
Het economische argument vormt het hoofdargument. Dit argument geeft aan waarom wetgevers, rechters en ontwerpers van modelwetten menen dat een voorrangspositie noodzakelijk en gerechtvaardigd is. De nauwe band tussen de geleverde zaak en de koopprijsvordering, en het niet-benadelende karakter van de voorrangspositie voor andere schuldeisers vormen twee steunargumenten voor de rechtvaardiging van de wijze waarop deze voorrangspositie wordt vormgegeven, en betreffen in het bijzonder de verhouding van de leverancier ten opzichte van andere schuldeisers van de koper.
Hieronder geef ik de argumenten kort weer, waarbij ik langer stilsta bij het economische argument. Ik heb onderzocht welke veronderstellingen ten grondslag liggen aan dit economische argument en of economische onderzoeken dit argument onderschrijven. Daarnaast bespreek ik op hoofdlijnen de argumenten die in de law-and-economics-literatuur naar voren zijn gebracht ter rechtvaardiging van de voorrangspositie voor leverancierskrediet vanuit rechtseconomisch perspectief.
Ik merk op dat ik zelf geen (rechts)economisch onderzoek heb verricht. Ik constateer slechts dat er economische onderzoeken bestaan die het economische argument dat ik hieronder uiteenzet ondersteunen. Daarnaast laat ik zien dat in de law-and-economics-literatuur argumenten naar voren worden gebracht die ook door nationale wetgevers, rechters en ontwerpers van modelwetten zijn aangevoerd ter rechtvaardiging van de voorrangspositie.
2.8.1 Het economische argument2.8.2 De nauwe band en het niet-benadelende karakter van de voorrangspositie