Module Ruimtelijke ordening 2020/8310
1. Het is in de eerste plaats aan het college van burgemeester en wethouders om te motiveren waarom de in het bestemmingsplan neergelegde beperkingen gerechtvaardigd zijn in het licht van de daaraan in de Dienstenrichtlijn gestelde eisen. 2. Toepassing evidentiecriterium bij exceptieve toetsing van een onherroepelijke planregel aan de Dienstenrichtlijn. (Diemen)
RvS 19-02-2020, ECLI:NL:RVS:2020:520
- Instantie
Raad van State
- Datum
19 februari 2020
- Magistraten
Mrs. Van Altena, Daalder en De Moor-van Vugt
- Zaaknummer
201900706/1/A1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
EU-recht / Rechtsbescherming
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - branchespecifiek
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:520, Uitspraak, Raad van State, 19‑02‑2020
- Wetingang
art. 15 Dienstenrichtlijn; art. 2.10, lid 1, onder c, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Essentie
1. Het is in de eerste plaats aan het college van burgemeester en wethouders om te motiveren waarom de in het bestemmingsplan neergelegde beperkingen gerechtvaardigd zijn in het licht van de daaraan in de Dienstenrichtlijn gestelde eisen. 2. Toepassing evidentiecriterium bij exceptieve toetsing van een onherroepelijke planregel aan de Dienstenrichtlijn. (Diemen)
Samenvatting
mr. B. Klein Nulent
Besluit waarbij is geweigerd omgevingsvergunning te verlenen voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van bestaande panden voor reguliere detailhandel, aanvullende horeca en een speelparadijs.
1. In een procedure als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.