WR 2024/28
Renovatie – woonruimte – verhuis- en inrichtingskosten: noodzaak verhuizing; bijkomende omstandigheden voor individuele huurder; belang van alternatieve ruimte aangeboden door verhuurder (vervolg op WR 2022/112)
HR 15-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1215, m.nt. J.K. Six-Hummel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 september 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide en K. Teuben
- Zaaknummer
22/01139
- Noot
J.K. Six-Hummel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS945891:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1215, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑09‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:340, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑05‑2022
- Wetingang
Art. 7:220 lid 5 BW
Essentie
Renovatie – woonruimte – verhuis- en inrichtingskosten: noodzaak verhuizing; bijkomende omstandigheden voor individuele huurder; belang van alternatieve ruimte aangeboden door verhuurder (vervolg op WR 2022/112)
Samenvatting
Indien verhuizing noodzakelijk is in verband met renovatie draagt de verhuurder van de woonruimte bij in de kosten die de verhuizing voor de huurder meebrengt (art. 7:220 lid 5 BW). De minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten voor de huurders van zelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en wordt jaarlijks geïndexeerd (art. 7:220 lid 6 BW). Die noodzaak is er als de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.