NJB 2026/548
WOZ voor niet-woningen. Bewijslastverdeling bij gecorrigeerde vervangingswaarde.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:234
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/03412
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:234, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2023:1012, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑11‑2023
- Wetingang
(art. 17 Wet waardering onroerende zaken)
Essentie
WOZ voor niet-woningen. Bewijslastverdeling bij gecorrigeerde vervangingswaarde.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Gebruik taxatiewijzers
4.3
Bij de beoordeling van deze middelen, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, stelt de Hoge Raad het volgende voorop.
4.3.1
Op grond van artikel 17, lid 3, van de Wet WOZ wordt de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, in beginsel gesteld op de vervangingswaarde. Bij de berekening van die waarde wordt onder andere rekening gehouden met de sinds de stichting van de onroerende zaak opgetreden technische en functionele veroudering (de gecorrigeerde vervangingswaarde). Artikel 4, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.