NJB 2012/1370
HR, 01-06-2012, nr. 11/02579
HR 01-06-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7347
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 juni 2012
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, J.C. van Oven, W.D.H. Asser, M.A. Loth en G. Snijders;
- Zaaknummer
11/02579
- Conclusie
A-G mr. J. Spier
- LJN
BV7347
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2012:BV7347, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑06‑2012
ECLI:NL:HR:2012:BV7347, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑06‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑05‑2011
- Wetingang
BW art. 7:680a
Essentie
Loonvordering. Matiging. Motivering. Een werkneemster treedt op 1 juli 2006 in dienst en wordt op 18 juli 2007 op staande voet ontslagen. Met ingang van 16 april 2009 wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden voor zover vereist. In dit geding stelt de werkneemster een loonvordering in wegens nietigheid van het ontslag. Het hof wijst de vordering toe met matiging tot drie maanden. HR: Het oordeel dat bij volledige toewijzing van de vordering een wanverhouding zou ontstaan tussen het tijdvak waarover loon moet worden betaald en het tijdvak waarin feitelijk is gewerkt, is onvoldoende om de beslissing te dragen. Het hof maakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.