Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.8.1
6.8.1 Beding en vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590663:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
'Andere voordelen' van goederen die geen burgerlijke vruchten zijn (vgl. art. 3:172 en 3:213 lid 2 BW) – zoals conversiepremies, premies op premieloten en kapitaalrestituties bij obligaties, en verder kapitaalsuitkeringen ten aanzien van het oude stamkapitaal (T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 667; T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 94) – blijven buiten beschouwing. Zij hebben hoofdzakelijk betrekking op vorderingen aan order en aan toonder.
Anders (in het kader van art. 3:172 BW): Hof 's-Hertogenbosch 8 september 1999, NJ 2000, 744.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 95. Art. 557 BW (oud) bepaalde: 'De burgerlijke vruchten worden alleen geacht een gedeelte der zaak uit te maken, zoolang dezelve niet opeischbaar zijn; behoudens de bijzondere wetsbepalingen en overeenkomsten.' Vgl. Wiarda 1937, p. 324; De Ras 1850, p. 48.
Ook huurvorderingen (burgerlijke vruchten van verhuurde zaken) ontstaan periodiek uit hoofde van de tussen de huurder en de verhuurder overgekomen huurovereenkomst op het moment van opeisbaar worden. Zie HR 30 januari 1987, NJ 1987, 530 (WUH/Emmerig q.q.), m.nt. G. Vgl. voor het oude recht HR 15 maart 1940, NJ 1940, 848 (De Boer/Haskeveenpolder), m.nt. EMM; T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 94.
381. Burgerlijke vruchten zijn de rechten die volgens de verkeersopvatting als vruchten van goederen worden aangemerkt (art. 3:9 lid 2 BW).1 De burgerlijke vruchten van vorderingen zijn de contractuele rente. Contractuele rente moet worden onderscheiden van de wettelijke rente (art. 6:119-120 BW) die vertragingsschade is, en geen burgerlijke vrucht.2
De rentevorderingen ontstaan periodiek uit hoofde van het tussen de schuldenaar en de schuldeiser overeengekomen rentebeding. De rentevorderingen ontstaan naast de hoofdvordering.3 De rentevordering ontstaat door haar opeisbaar worden (art. 3:9 lid 4 BW): het moment van ontstaan en opeisbaar worden van de rentevordering vallen samen.4 Niet opeisbare rentevorderingen zijn derhalve niet méér dan toekomstige (nog niet bestaande) rentevorderingen. Alleen het rentebeding bestaat in dat geval.