EB 2011/73
Samenleven doet geen gemeenschap ontstaan
HR 08-07-2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1707
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 juli 2011
- Zaaknummer
10/02487
- LJN
BQ1707
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BQ1707, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑07‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1707, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑04‑2011
- Wetingang
(art. 3:166 BW)
Essentie
Samenleven doet geen gemeenschap ontstaan
Uitspraak
Man en vrouw hebben een affectieve relatie gehad en samengewoond. De vrouw heeft een verklaring voor recht gevorderd dat partijen dienen te verdelen de gemeenschappelijke aanspraken, zaken en rechten. Rechtbank en hof hebben haar vordering afgewezen. Het hof heeft in rechtsoverweging 4.4, in cassatie onbestreden, overwogen dat voor toewijzing van de vordering van de vrouw vereist is dat hetzij van rechtswege, hetzij op basis van een overeenkomst een gemeenschap in de zin van art. 3:166 BW met betrekking tot de goederen bestaat. Daartoe heeft de vrouw naar het oordeel van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.