HR, 09-12-2025, nr. 23/04311
ECLI:NL:HR:2025:1869
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
09-12-2025
- Zaaknummer
23/04311
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1869, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:932
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2023:9081
ECLI:NL:PHR:2025:932, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1869
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0386
Uitspraak 09‑12‑2025
Inhoudsindicatie
Deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen invoer van wapens en munitie uit Kroatië (art. 14.1 WWM), medeplegen bedrijfsmatige handel in vuurwapens en munitie (art. 9.1 WWM), medeplegen bedrijfsmatige overdracht van vuurwapens en munitie (art. 31.1 WWM), medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM), medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr) en medeplegen beschadiging (art. 350.1 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 23/04259.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04311
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2023, nummer 21-003514-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
Conclusie 16‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Samenhangende peek met de zaak 23/04259.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04311
Zitting 16 september 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte
1. Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 30 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden (parketnummer 21-003514-21), wegens
- onder 1 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”;
- onder 2 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van de categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd”;
- onder 3 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 4 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het overdragen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 5:
o met betrekking tot de Zastava’s, de Gorenje en de Norico: “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de Tokarev en de Zoraki: “medeplegen en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de munitie “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”;
- onder 6 “medeplegen van mishandeling” en “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”;
- en onder 7 “medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof kogelgeweren, patroonhouders en munitie onttrokken aan het verkeer en de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en de verdachte ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 23/04259. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
2. De ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 22 april 2024 betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
3. Slotsom
3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G