Inhoudsopgave
NTBR 2020/17:Voortdurende gedragingen en de subjectieve verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW
NTBR 2020/17
Voortdurende gedragingen en de subjectieve verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 10-06-2020
- Datum
10-06-2020
- Auteur
E.F. Verheul1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS204327:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het arrest TMG/Staat oordeelde de Hoge Raad in verband met de onjuiste implementatie van een richtlijn dat iedere dag dat juiste implementatie achterwege blijft, sprake is van een zelfstandige onrechtmatige daad, zodat de daarop gegronde schadevergoedingsvorderingen ook afzonderlijk verjaren. Aldus wordt de voortdurende onrechtmatige daad die bestaat uit het in stand houden van onrechtmatige wetgeving, per dag ‘opgeknipt’ in een afzonderlijke onrechtmatige daad.
Dit arrest vormt de aanleiding om in dit artikel meer in algemene zin te onderzoeken op welke wijze in het kader van de subjectieve verjaringstermijn moet worden omgegaan met de omstandigheid dat een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.