NJ 1922, p. 650
Onteigening volkshuisvesting. Aanwijzing perceelen in het plan. Latere wijziging der kadastrale aanduiding (en grootte). Bouwgrond. Cultuurwaarde plus bedrijfskosten. Verplichting tot rationeele aanpassing aan nieuwen toestand. Uitlegging uitgesproken kostenveroordeeling. Klacht over gemis aan motiveering. Novum in cassatie.
HR 29-03-1922, ECLI:NL:HR:1922:233
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 maart 1922
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Raden: Mrs. C. O. Segers, B. Ort, N. C. M. A. van den Dries en Dr. C. J. H. Schepel.
- Zaaknummer
[192229/NJ_1922,_p._650]
- Conclusie
Mr. Ledeboer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1922:233, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑03‑1922
- Wetingang
(Rv art. 59; OW art. 40, 50, 80, 92.)
Essentie
Onteigening volkshuisvesting. Aanwijzing perceelen in het plan. Latere wijziging der kadastrale aanduiding (en grootte). Bouwgrond. Cultuurwaarde plus bedrijfskosten. Verplichting tot rationeele aanpassing aan nieuwen toestand. Uitlegging uitgesproken kostenveroordeeling. Klacht over gemis aan motiveering. Novum in cassatie.
Samenvatting
De aanwijzing van hetgeen zal worden onteigend, vindt plaats bij het plan met kaarten en grondteekeningen. De vermelding van de kadastrale nommers en van de grootte is van bijkomstige beteekenis. Het is den rechter niet verboden om in het onteigeningsvonnis de perceelen aan te duiden door de (inmiddels gewijzigde) nommers, waaronder zij ten tijde der uitspraak bekend staan met vermelding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.