NJB 2018/313
Recht op consultatiebijstand, art. 6 EVRM: sprake van een schending van deze bepaling en van art. 38 Sv indien de verdachte voorafgaande aan zijn verhoor bij de politie geen consult heeft gehad met zijn voorkeursadvocaat? De Hoge Raad verwerpt het 359a Sv-verweer hierover op de grond dat bij de behandeling van de zaak door of namens de verdachte niets is aangevoerd over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. A-G: gaat uitgebreid op deze vraag in
HR 23-01-2018, ECLI:NL:HR:2018:78
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
23 januari 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
16/00262
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:78, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 23‑01‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:1356, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑10‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑08‑2016
- Wetingang
Essentie
Recht op consultatiebijstand, art. 6 EVRM: sprake van een schending van deze bepaling en van art. 38 Sv indien de verdachte voorafgaande aan zijn verhoor bij de politie geen consult heeft gehad met zijn voorkeursadvocaat? De Hoge Raad verwerpt het 359a Sv-verweer hierover op de grond dat bij de behandeling van de zaak door of namens de verdachte niets is aangevoerd over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel. A-G: gaat uitgebreid op deze vraag in
Uitspraak
Inleiding:
Het middel komt op tegen de verwerping van een tot strafvermindering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.