Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.7.1
2.7.1 Het acquisition finance device
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90841:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
De definitie in IX. – 1:201(3) DCFR luidt:“acquisition finance devices” cover (a) a retention of ownership devices; (b) where ownership of a sold asset has been transferred to the buyer, those security rights in the asset which secure the right (i) of the seller to payment of the purchase price or (ii) of a lender to repayment of a loan granted to the buyer for payment of the purchase price, if and in so far as this payment is actually made to the seller; and (c) rights of a third person to whom any of the rights under (a) or (b) has been transferred as security for a credit covered by (a) or (b).”
Von Bar, Clive & Schulte-Nölke 2009, p. 4454 en 4627.
Von Bar, Clive & Schulte-Nölke 2009, p. 4454 en 4627.
Von Bar, Clive & Schulte-Nölke 2009, p. 4627.
Von Bar, Clive & Schulte-Nölke 2009, p. 4627
Evenals de UNCITRAL Model Law kent ook de Draft Common Frame of Reference (DCFR) een bijzonder zekerheidsrecht voor leverancierskrediet, het acquisition finance device.1 Dit device kan een beperkt zekerheidsrecht of een eigendomsvoorbehoud zijn. Aan het acquisition finance device is superprioriteitverbonden, art. IX.4:102 DCFR.2 Het geeft de leverancier voorrang op de geleverde zaak bij het nemen van verhaal in rang vóór eerder en later gevestigde zekerheidsrechten ten gunste van een andere schuldeiser van de koper.
Volgens de ontwerpers wordt internationaal breed onderschreven dat deze voorrangspositie voor leverancierskrediet bijdraagt aan de economische ontwikkeling. De voorrangspositie faciliteert en stimuleert de verstrekking van leverancierskrediet. Door dit krediet worden (meer) ondernemingen in staat gesteld om (meer) zaken te kopen, ook al kunnen zij niet direct de koopprijs betalen. Dit heeft positieve effecten voor de kopende onderneming, maar ook voor de leverancier. Het vergroot de handel of productie van beide ondernemingen en draagt zodoende bij aan de economische ontwikkeling en welvaart.3
Daarnaast stellen de ontwerpers van de DCFR dat deze ‘favourable treatment’ van het acquisition finance device ‘just and fair’ is.4 De leverancier levert namelijk zaken op krediet en draagt hiermee direct bij aan het verhaalsvermogen van de koper voor diens schuldeisers. Zonder deze bijdrage zouden deze zaken geen verhaalsobject voor andere schuldeisers van de kopers zijn. Het is hierom billijk dat de leverancier zekerheid met voorrang kan verkrijgen op deze zaken, ongeacht het moment van vestiging.5
Zou het zekerheidsrecht daarentegen geen superprioriteit hebben, dan zou de leverancier veelal een tweederangs zekerheidsrecht verkrijgen. Kopers hebben namelijk vaak een lang bestaande financieringsrelatie met een geldkredietverstrekker zoals de bank. Deze financiert de debiteur bijvoorbeeld al vanaf het begin van diens bedrijfsactiviteiten en bevindt zich hierdoor in een betere positie om zekerheden (bij voorbaat) te bedingen op toekomstige goederen van de debiteur. Leveranciers bevinden zich veelal niet in een dergelijke positie en verkrijgen doorgaans een tweede zekerheidsrecht, omdat later in tijd ten gunste van hen een zekerheidsrecht wordt gevestigd. Deze praktijk wordt door de ontwerpers aangemerkt als een ‘obvious unfairness’ voor de kredietverstrekkende leverancier, terwijl de banken juist steevast worden begunstigd.6 Door de voorrangspositie voor leverancierskrediet wordt deze – in de ogen van de ontwerpers van de DCFR – overduidelijke onbillijkheid weggenomen en een billijk resultaat bereikt.