JOW 2014/14
procesrecht, voordeelsberekening/ontnemingsbedrag, diverse aspecten investeringskosten, dubbele bestraffing
HR 30-09-2014, ECLI:NL:HR:2014:3640
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 september 2014
- Magistraten
De Savornin Lohman, Splinter-van Kan, Van den Brink
- Zaaknummer
S 13/04281
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:3640, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑09‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1692, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑06‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑01‑2014
- Wetingang
Essentie
Bevestiging geen aftrek totale investeringskosten Geen ‘ne bis in idem’ bij vernietiging van inbeslaggenomen voorwerpen
Samenvatting
AG: Het eerste middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft nagelaten bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening te houden met het feit dat een deel van het door de betrokkene verkregen voordeel is geïnvesteerd in goederen die van overheidswege zijn vernietigd, althans dat het hof niet in voldoende mate de redenen heeft opgegeven die tot afwijking hebben geleid van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging dat het geïnvesteerde deel van het voordeel in mindering moet worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.