NJ 1922, p. 225
Astreinte (dwangsom). Kort geding.
HR 29-12-1921, ECLI:NL:HR:1921:123
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 december 1921
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. J. A. A. Bosch, A. Fentener van Vlissingen, C. O. Segers en J. Kosters.
- Zaaknummer
[192129/NJ_1922,_p._225]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1921:123, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑12‑1921
- Wetingang
(BW art. 1275; Rv art. 289.)
Essentie
Astreinte (dwangsom). Kort geding.
Samenvatting
Wanneer bij rechterlijk vonnis aan een der partijen geboden wordt een handeling te verrichten (i. c. afgeven van boeken eener naamlooze vennootschap) roept dit gebod voor de veroordeelde partij in het leven een verbintenis om iets te doen, die zich krachtens art. 1275 B. W. oplost in vergoeding van kosten, schaden en interessen, ingeval de schuldenaar niet aan zijn verplichting voldoet, zoodat de rechter voor dit geval wel een schadevergoeding aan de andere partij mag toekennen, maar hij niet bevoegd is óm bij wijze van straf aan den overtreder van zijn gebod ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.