Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.4.3
12.4.3 Botsing van de verlengde zekerheid met andere zekerheidsrechten
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90885:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Sagaert 2003, nr. 703.
Sagaert & Del Corral 2015, nr. 204; Sagaert 2017, nr. 25.
Sagaert 2003, nr. 723-742; Sagaert & Del Corral 2015, nr. 204.
Sagaert, nr. 737-739; Sagaert & Del Corral 2015, nr. 204; Sagaert 2017, nr. 25. Er geldt één uitzondering voor het bijzondere geval dat het vervangende goed al verpand is voordat de oorspronkelijke zaak tenietgaat en voordat er een ander zakelijk recht is gevestigd op de oorspronkelijke zaak die door subrogatie een aanspraak wordt op het vervangende goed. Dit is zeer uitzonderlijk, aangezien voor de verpanding kennisgeving is vereist en op de professionele pandhouder en onderzoeksplicht rust.
De leverancier wordt rechthebbende van de vordering uit doorverkoop op grond van substitutie. Deze vordering ontstaat direct in het vermogen van de leverancier en passeert niet eerst het vermogen van de koper.1 De koper is niet beschikkingsbevoegdheid en kan de vordering niet cederen of verpanden aan een andere schuldeiser.
In het Belgische recht blijft de vordering wel ‘op naam staan van’ de koper.2 De koper is geen rechthebbende van de vordering, maar zolang niet openbaar is gemaakt dat de leverancier rechthebbende van de vordering is, lijkt de koper dit wel te zijn voor derden. Dit heeft tot gevolg dat een derde te goeder trouw kan zijn als de koper de vordering aan hem cedeert of verpandt. In dat geval wordt aangenomen dat zowel de leverancier als de derde een recht hebben op de vordering. De rang van het eigendoms- of pandrecht van deze schuldeisers wordt bepaald aan de hand van de prioriteitsregel. Gekeken wordt naar de respectieve tijdstippen van de kennisgeving van de cessie (1690 lid 3 BBW) of de kennisgeving of registratie van het pandrecht door de schuldeiser en het ontstaan van het eigendomsrecht op de verkochte zaken voor de leverancier.3 Aangezien de leverancier doorgaans eerder de eigendom van de oorspronkelijke zaak heeft verkregen, heeft hij een eerste recht op de vordering uit doorverkoop.4 Het feit dat de vordering op naam van de koper blijft staan, vormt in dit kader dus vrijwel geen bedreiging voor de voorrangspositie van de leverancier.