V-N 2023/47.21
Dagtarief van € 30 parkeerbelasting niet disproportioneel
HR 13-10-2023, ECLI:NL:HR:2023:1430, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 oktober 2023
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Wortel, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/03173
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS717702:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑10‑2023
ECLI:NL:HR:2023:1430, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑10‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:485, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑05‑2023
- Wetingang
art. 234 Gemw
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat voor de rechtsgeldigheid van de tariefstelling niet is vereist dat de gemeente in haar verordening bepaalt dat het voor een periode van 24 uur of een gedeelte daarvan geldende tarief voor parkeren, ook het tarief ‘per zestig minuten’ is.
Samenvatting
De gemeente Delft legt twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting van € 91 op aan X. Het (dag)tarief bedraagt ter plaatse € 30 per zestig minuten en geldt voor een periode van 24 uur of een gedeelte daarvan. Het bedrag van de naheffingsaanslagen is dan ook opgebouwd uit een bedrag van € 30 aan nageheven parkeerbelasting en € 61 aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.