Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2000/60/EG vaststelling kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid
Artikel 16 Strategieën ter bestrijding van waterverontreiniging
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/805 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/805)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/805 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/805)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
1.
Het Europees Parlement en de Raad stellen specifieke maatregelen vast ter bestrijding van de waterverontreiniging door afzonderlijke verontreinigende stoffen of groepen van verontreinigende stoffen die een significant risico voor of via het aquatische milieu betekenen, met inbegrip van dergelijke risico’s voor water dat voor de drinkwaterwinning wordt gebruikt. Voor die verontreinigende stoffen zijn de maatregelen gericht op progressieve vermindering van prioritaire stoffen zoals omschreven in artikel 2, punt 30, en op stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen, zoals omschreven in artikel 2, punt 30 bis. Die maatregelen worden vastgesteld op basis van de voorstellen die de Commissie volgens de in het Verdrag vastgelegde procedures indient.
2.
De Commissie toetst uiterlijk op 11 mei 2032 en vervolgens om de zes jaar de in deel A van bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG opgenomen lijst van prioritaire stoffen en de overeenkomstige MKN voor die stoffen, en laat die toetsing zo nodig vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om de lijst van prioritaire stoffen en de overeenkomstige MKN voor oppervlaktewateren, sediment of biota te actualiseren. Bij de uitvoering van de toetsing bepaalt de Commissie de prioriteit van stoffen om actie te ondernemen op basis van het risico voor of via het aquatische milieu dat wordt bepaald door:
- a)
een risicobeoordeling die wordt uitgevoerd uit hoofde van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (1), Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (2), Richtlijn 2009/128/EG en de Verordeningen (EG) nr. 1107/2009 (3), (EU) nr. 528/2012(4) en (EU) 2019/6(5) van het Europees Parlement en de Raad, of
- b)
een vereenvoudigde, op wetenschappelijke grondslagen berustende risicobeoordelingsprocedure, waarbij met name rekening wordt gehouden met:
- —
gegevens over het intrinsieke gevaar van de betrokken stof, met name de aquatische ecotoxiciteit en de toxiciteit voor de mens door blootstelling via het aquatische milieu,
- —
aanwijzingen verkregen uit de monitoring van wijdverspreide milieuverontreiniging, met inbegrip van monitoringgegevens die de lidstaten overeenkomstig artikel 8 ter, lid 4, van Richtlijn 2008/105/EG aan de Commissie hebben gerapporteerd, en
- —
andere aangetoonde factoren die op de mogelijkheid van wijdverspreide milieuverontreiniging kunnen wijzen, bijvoorbeeld de omvang van de productie of het gebruik van de betrokken stof, en de gebruikspatronen.
3.
In de loop van de in lid 2 bedoelde toetsing deelt de Commissie, in voorkomend geval, de prioritaire stoffen in een of meer van de volgende categorieën in:
- a)
prioritaire gevaarlijke stoffen;
- b)
stoffen die zich gedragen als alomtegenwoordige persistente bioaccumulerende en toxische stoffen (uPBT's);
- c)
stoffen die de neiging hebben in sediment of in biota, of in beide, te accumuleren.
Daarbij houdt de Commissie rekening met de identificatie van stoffen die aanleiding geven tot bezorgdheid in het kader van andere Uniewetgeving betreffende gevaarlijke stoffen, waaronder Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (6), in relevante internationale overeenkomsten en in desbetreffende wetenschappelijke rapporten. Er wordt in het bijzonder rekening gehouden met opkomende zorgwekkende stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006, indien de desbetreffende criteria relevant zijn voor het aquatisch milieu.
3 bis.
In het kader van de toetsing en het begeleidende voorstel zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, stelt de Commissie in voorkomend geval de verwijdering voor van stoffen uit de lijst van stoffen in deel A van bijlage I bij Richtlijn 2008/105/EG indien zij niet langer een significant risico voor of via het aquatisch milieu in de Unie vormen, en neemt zij die op in het register van geharmoniseerde MKN voor stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen in deel C van bijlage II bij die richtlijn. In het voorstel wordt rekening gehouden met de resultaten van de door de lidstaten overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn verrichte beoordelingen van de belastingen en effecten op oppervlaktewaterlichamen. De lidstaten passen de overeenkomstige geharmoniseerde MKN toe indien de verontreinigende stoffen aanleiding geven tot nationale of regionale bezorgdheid, overeenkomstig artikel 8 quinquies van Richtlijn 2008/105/EG.
4.
De Commissie toetst de lijst van stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen en overeenkomstige MKN in deel C van bijlage II bij Richtlijn 2008/105/EG uiterlijk op 11 mei 2032 en vervolgens om de zes jaar, en laat die toetsing zo nodig vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om die lijst te actualiseren.
4 bis.
Bij het vaststellen van stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen waarvoor op het niveau van de Unie mogelijk MKN moeten worden vastgesteld, houdt de Commissie rekening met de volgende criteria:
- a)
het risico van de verontreinigende stoffen, met inbegrip van het gevaar, de concentraties in het milieu en de concentratie waarboven effecten kunnen worden verwacht, evenals eventuele cumulatieve effecten;
- b)
het verschil tussen de nationale MKN die voor stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen door de verschillende lidstaten zijn vastgesteld en de mate waarin dit verschil te rechtvaardigen is;
- c)
het aantal lidstaten waar voor de betrokken stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen reeds MKN worden toegepast.
4 ter.
De Commissie toetst uiterlijk op 11 mei 2032 en vervolgens om de zes jaar de in deel A van bijlage II bij Richtlijn 2008/105/EG opgenomen indicatieve lijst van categorieën stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen, en laat die toetsing zo nodig vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om die lijst bij te werken.
5.
Om de Commissie bij te staan bij de toetsing van de bijlagen I en II bij Richtlijn 2008/105/EG stelt het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) wetenschappelijke rapporten op waarin met het volgende rekening wordt gehouden:
- a)
het advies van het Comité risicobeoordeling (RAC) en dat van het Comité sociaaleconomische analyse (SEAC) van het ECHA;
- b)
de resultaten van de overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn vastgestelde monitoringprogramma's;
- c)
de overeenkomstig artikel 8 ter, lid 4, van Richtlijn 2008/105/EG verzamelde monitoringgegevens;
- d)
de resultaten van de toetsingen van de bijlagen bij Richtlijnen 2006/118/EG en (EU) 2020/2184;
- e)
voorschriften om bodemverontreiniging aan te pakken, met inbegrip van daarmee verband houdende monitoringgegevens;
- f)
onderzoeksprogramma's en wetenschappelijke publicaties van de Unie, met inbegrip van informatie die afkomstig is van remote-sensingtechnologieën, aardobservatie, zoals Copernicusdiensten, in-situ-sensoren en -apparaten en gegevens van burgerwetenschap, door gebruik te maken van de mogelijkheden die artificiële intelligentie en geavanceerde analyse en verwerking van gegevens bieden;
- g)
opmerkingen en informatie van belanghebbenden, en
- h)
de aanbevelingen van de werkgroepen die zijn opgericht in het kader van de gemeenschappelijke uitvoeringsstrategie voor Richtlijn 2000/60/EG.
Uiterlijk op 11 mei 2030 en vervolgens om de zes jaar stelt het ECHA een rapport op met een samenvatting van de bevindingen van de uit hoofde van dit lid opgestelde wetenschappelijke rapporten en maakt het dit openbaar.
6.
De Commissie dient in voorkomend geval voorstellen in voor beheersingsmaatregelen met het oog op:
- a)
de progressieve vermindering van lozingen, emissies en verliezen van prioritaire stoffen; en
- b)
in het bijzonder de stopzetting of geleidelijke beëindiging van lozingen, emissies en verliezen van de in overeenstemming met lid 3 vastgestelde prioritaire gevaarlijke stoffen, met inbegrip van, waar nodig, een tijdschema om dit binnen 20 jaar na de aanmerking van de stoffen als prioritair gevaarlijk te realiseren.
Daarbij geeft de Commissie voor zowel puntbronnen als diffuse bronnen aan welk niveau en welke combinatie van product- en procesbeheersingsmaatregelen uit het oogpunt van kosteneffectiviteit en evenredigheid geschikt zijn en houdt zij rekening met de uniforme Uniebrede emissiegrenswaarden voor procesbeheersingsmaatregelen. Zo nodig kunnen procesbeheersingsmaatregelen op Unieniveau per sector worden vastgesteld. Houden product- of procesbeheersingsmaatregelen een toetsing in van de toepasselijke toestemmingen of goedkeuringen van stoffen die zijn afgegeven ingevolge Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 1907/2006, Richtlijn 2009/128/EG, Verordening (EG) nr. 1107/2009, Richtlijn 2010/75/EU, Verordening (EU) nr. 528/2012 of Verordening (EU) 2019/6, dan geschiedt die toetsing volgens de bepalingen van die richtlijnen en verordeningen, zoals vermeld in artikel 7 bis van Richtlijn 2008/105/EG. Bij dergelijke toetsingen wordt rekening gehouden met de beoordeling door de Commissie overeenkomstig artikel 7 bis, lid 1, van Richtlijn 2008/105/EG. Elk voorstel voor beheersingsmaatregelen bevat, zo nodig, regelingen voor de toetsing en de bijwerking, alsmede de beoordeling van de doelmatigheid van die maatregelen.
9.
De Commissie kan strategieën uitwerken ter bestrijding van waterverontreiniging door andere verontreinigende stoffen of groepen van verontreinigende stoffen, met inbegrip van zulke verontreiniging ten gevolge van ongevallen.
Voetnoten
Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2001/83/oj).
Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1907/oj).
Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1107/oj).
Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj).
Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/6/oj).
Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1272/oj).