Vgl. bijv. HR 24 mei 2005, NJ 2006, 433 m.nt. P.A.M. Mevis; HR 6 december 2005, LJN AT5754; HR 28 maart 2006, LJN AV1620; HR 18 december 2007, LJN BB7404 en HR 2 maart 2010, LJN BK9051.
HR, 29-11-2011, nr. 10/01329
ECLI:NL:HR:2011:BU3463
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29-11-2011
- Zaaknummer
10/01329
- Conclusie
Mr. Machielse
- LJN
BU3463
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2011:BU3463, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑11‑2011; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BU3463
ECLI:NL:PHR:2011:BU3463, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑11‑2011
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BU3463
- Vindplaatsen
Uitspraak 29‑11‑2011
Inhoudsindicatie
Uittrekselarrest. HR herhaalt HR LJN AT2980.
29 november 2011
Strafkamer
nr. 10/01329
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 juli 2003, nummer 23/000160-02, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof zijn op 11 juli 2003 gegeven beslissingen niet heeft neergelegd in een verkort arrest, maar in een "uittreksel" dat niet voldoet aan de wettelijke eisen.
2.2. Bij de stukken bevindt zich een door de Griffier "voor uittreksel" ondertekend "uittreksel" waarin slechts zijn opgenomen de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, de datum waarop en de plaats waar het is begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het dictum. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat de door het Hof op 11 juli 2003 in de strafzaak gegeven beslissingen niet zijn vastgelegd in een zogenoemd verkort arrest, maar in een "uittreksel". Het verzuim van het Hof een arrest op te maken dat voldeed aan de hier ingevolge art. 415 Sv toepasselijke wettelijke eisen, in het bijzonder die van art. 365a in verbinding met art. 138b Sv, heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd (vgl. HR 24 mei 2005, LJN AT2980, NJ 2006/433).
2.3. Het middel is dus terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 29 november 2011.
Conclusie 01‑11‑2011
Mr. Machielse
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 11 juli 2003 verdachte ter zake van ‘valsheid in geschrift’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
2.
Mr. F.E. van der Zee, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingediend, houdende één middel van cassatie.
3.1
Het middel houdt de klacht in dat het hof zijn op 11 juli 2003 gegeven beslissingen niet heeft neergelegd in een verkort arrest, maar in een ‘uittreksel’, waarin in strijd met de wettelijke voorschriften niet zijn opgenomen de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de strafmotivering.
3.2
In de strafzaak tegen de verdachte zijn de gegeven beslissingen niet vastgelegd in een zogenoemd verkort arrest, doch in een ‘uittreksel’ en een ‘extract arrest’ waarin slechts zijn opgenomen de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, de datum waarop en de plaats waar het feit is begaan, het toepasselijke wetsartikel alsmede het dictum. 's Hofs verzuim een arrest op te maken dat voldoet aan de hier ingevolge art. 415 Sv toepasselijke wettelijke eisen, in het bijzonder die van art. 365a (oud) in verbinding met art. 138b (oud) Sv, heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.1. Het middel is dus terecht voorgesteld.
4.
Het voorgestelde middel slaagt. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van de bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
5.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 01‑11‑2011