Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/249:249 Geen belang, geen actie
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/249
249 Geen belang, geen actie
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS455857:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In art. 3:303 BWstaat dat niemand een rechtsvordering toekomt zonder voldoende belang, terwijl beoogd is de regel ‘geen belang, geen actie’ te codificeren. Zie hierover nr. 252.
HR 11 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6809, NJ 2005, 442, m.nt.W.D.H. Asser en JBPr 2005, 21, m.nt. E.F. Groot (Frog/Floriade).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe (art. 3:303 BW). De regel van art. 3:303 BW wordt ook aangeduid als ‘point d’intérêt, point d’action’ of ‘geen belang, geen actie’.1
In het arrest Frog/Floriade2 besliste de Hoge Raad dat een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden afgewezen wegens onvoldoende belang: “Voorts bestaat geen aanleiding een verzoek als bedoeld in art. 186 Rv onttrokken te achten aan de in art. 3:303 BW neergelegde regel dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt.”
De centrale vraag in dit hoofdstuk is in welke gevallen de verzoeker onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor.