NJB 2014/2067
Belediging van de koning, diens vermoedelijke opvolger en de echtgenoot van de vermoedelijke opvolger, art. 111 en 112 Sr: omdat in casu niet het gooien van een waxinelichthouder naar de Gouden Koets als beledigend is aangemerkt, maar de uitlatingen waarmee dat gooien gepaard ging, kan het middel niet tot cassatie leiden
HR 04-11-2014, ECLI:NL:HR:2014:3083
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
4 november 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
13/02986
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Staatsrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:3083, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 04‑11‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1923, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑09‑2014
- Wetingang
Essentie
Belediging van de koning, diens vermoedelijke opvolger en de echtgenoot van de vermoedelijke opvolger, art. 111 en 112 Sr: omdat in casu niet het gooien van een waxinelichthouder naar de Gouden Koets als beledigend is aangemerkt, maar de uitlatingen waarmee dat gooien gepaard ging, kan het middel niet tot cassatie leiden
Uitspraak
Inleiding:
De ‘waxinelichthoudergooier’-zaak. Verdachte is veroordeeld wegens – kort gezegd – 1. ‘eendaadse samenloop van opzettelijke belediging van de Koning en opzettelijke belediging van de vermoedelijke opvolger van de Koning en opzettelijke belediging van de echtgenoot van de vermoedelijke opvolger van de Koning’, 3. ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.