JAR 2013/299
Geen voldoende concreet aanbod van werkgever, werkgever kan niet ten nadele van werknemer een beroep doen op art. 7:668a lid 1 sub a BW.
HR 01-11-2013, ECLI:NL:HR:2013:1081
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 november 2013
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, M.V. Polak
- Zaaknummer
12/04788
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:1081, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑11‑2013
- Wetingang
Essentie
Werknemer treedt als advocaat-stagiair in dienst bij advocatenkantoor op basis van een arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van de opleiding. Bepaald is dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege vervalt indien na beëindiging van de stage niet tot aanstelling als advocaat-medewerker wordt overgegaan. De overeenkomst bevat een studiekostenbeding. Op 20 dec. 2009 ontvangt werknemer zijn stageverklaring en een week later deelt werknemer aan werkgever mee niet bij het kantoor te willen blijven. Kort daarna wordt nog een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd afgesloten die geldt tot 31 januari 2010. Volgens werkgever dient werknemer zijn opleidingskosten terug te betalen omdat de overeenkomst is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.