NJB 2011, 1191
HR, 24-05-2011, nr. 09/04540
HR 24-05-2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5858
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
24 mei 2011
- Magistraten
Mrs. Koster, De Hullu, Thomassen, Splintervan Kan en Sterk
- Zaaknummer
09/04540
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BQ5858
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Strafprocesrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BQ5858, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24‑05‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ5858, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑12‑2010
- Wetingang
Sr art. 45, 302 en 304; BW art. 1:199
Essentie
De in cassatie aangevoerde omstandigheid dat het slachtoffer in geen enkel opzicht zijn familierechtelijke dochter was van de verdachte, kan niet voor het eerst in cassatie worden aangevoerd
Uitspraak
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk wegens poging tot zware mishandeling tegen zijn kind.
Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: hij op 18 januari 2008 te L. ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan zijn zwangere dochter, genaamd G.V. opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die G (met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.