Prg. 2026/95
Na geslaagd beroep op ‘rechtsvermoeden omvang arbeidsovereenkomst’ ligt het niet op de weg van werknemer om ook de arbeidsomvang van vóór en na de referteperiode te onderbouwen.
HR 23-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:99
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00774
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:99, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1010, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2025
- Wetingang
Art. 7:610b BW
Essentie
Arbeidsovereenkomstenrecht. Wordt loonvordering afgewezen, indien partijen twisten over omvang arbeidsovereenkomst en werknemer voor 18 maanden loon vordert, maar dit slechts voor 10 maanden kan specificeren?
Nee. Bewijslast kan niet op werknemer worden gelegd na geslaagd beroep op ‘rechtsvermoeden omvang arbeidsovereenkomst’.
Samenvatting
Werknemer vordert loon. Bij gebrek aan urenregistratie gaat het hof uit van de voldoende gespecificeerde opgave van werknemer over de periode januari t/m augustus 2022. Door werknemer is geen gespecificeerde urenopgave gedaan over juli t/m december 2021 en over september en oktober 2022, zodat het hof de vordering over die maanden als onvoldoende onderbouwd en gespecificeerd afwijst, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.