NJB 2017/1192:Het handelen op humanitaire gronden bij mensensmokkel art. 197a Sr: zodanig handelen kan – indien het openbaar ministerie heeft geoordeeld dat het opportuun is te vervolgen – onder omstandigheden op grond van een algemene strafuitsluitingsgrond in de weg staan aan de strafbaarheid. Daarbij kan vooral worden gedacht aan noodtoestand en in bijzondere gevallen ook aan een beroep op psychische overmacht. Of een beroep op een dergelijke strafuitsluitingsgrond kan worden aanvaard hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling kan in het bijzonder worden gedacht aan gevallen van humanitaire bijstand zonder enig oogmerk van eigen bevoordeling aan een vreemdeling van wie aannemelijk is dat hij in een zijn leven of veiligheid bedreigende noodsituatie verkeert en aan wie bij zijn vlucht redelijkerwijze niet op andere wijze hulp kan worden geboden dan door hem wederrechtelijk over de grens met Nederland te brengen of in Nederland verder te brengen