HR, 10-05-2022, nr. 20/01807
ECLI:NL:HR:2022:656
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10-05-2022
- Zaaknummer
20/01807
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2022:656, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑05‑2022; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2018:3499
- Vindplaatsen
Uitspraak 10‑05‑2022
Inhoudsindicatie
OM-cassatie en incidenteel beroep verdachte. Economische zaak. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Is incidenteel cassatieberoep verdachte ex art. 433.2 Sv ontvankelijk, als cassatieberoep OM later is ingetrokken? Omdat OM het principaal beroep heeft ingetrokken, moet verdachte n-o worden verklaard in het incidenteel beroep. Verdachte n-o. Samenhang met 20/02903 P en 20/01803 E.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01807 E
Datum 10 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 22 augustus 2018, nummer 20-003844-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Dit beroep is later ingetrokken.
De verdachte heeft op grond van artikel 433 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering incidenteel beroep ingesteld. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het incidenteel cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Omdat het openbaar ministerie het principaal beroep heeft ingetrokken, moet de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het incidenteel beroep.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 mei 2022.