NJB 2023/1894:In beginsel mag bij bewezenverklaring van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd van de verwijtbaarheid van de overtreding worden uitgegaan. Bij volledig ontbreken van verwijtbaarheid bestaat geen grond voor boeteoplegging. Die situatie doet zich in elk geval voor indien de overtreder aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Bij een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding bestaan de opgelegde boete te matigen.