NJ 1961/38
In art. 101a A.P.V. Best wordt aan B. en W. geen bevoegdheid toegekend als bedoeld in art. 169 Gemeentewet.
HR 18-10-1960, ECLI:NL:HR:1960:12
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 oktober 1960
- Magistraten
Mrs. Feber, van Berckel [Rapp.], Westerouen van Meeteren, Dubbink, Loeff
- Zaaknummer
[181960/NJ_1961-38]
- Conclusie
Mr. Van Oosten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Openbare orde en veiligheid / Algemene plaatselijke verordening
Staatsrecht / Decentralisatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1960:12, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑1960
- Wetingang
(APV Best art. 101a; Gemeentewet (oud) art. 169.)
Essentie
In art. 101a A.P.V. Best wordt aan B. en W. geen bevoegdheid toegekend als bedoeld in art. 169 Gemeentewet.
Samenvatting
Art. 101a A.P.V. 1947 der gem. Best draagt aan B. en W. slechts op de plaatsen aan te wijzen waar zij het houden van de daarin genoemde dieren hinderlijk of voor de gezondheid of zindelijkheid nadelig achten en waarvoor het verbod naar hun oordeel dus behoort te gelden, zonder hen bevoegd te verklaren nadere regelen te stellen nopens het houden dezer dieren. In genoemde bepaling wordt mitsdien aan B. en W. geen bevoegdheid toegekend als bedoeld in art. 169 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.