Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register
Artikel 3 Definities
Geldend
Geldend vanaf 27-04-2026
- Bronpublicatie:
13-01-2026, PbEU L 2026, 2026/81 (uitgifte: 07-04-2026, regelingnummer: 2026/81)
- Inwerkingtreding
27-04-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-01-2026, PbEU L 2026, 2026/81 (uitgifte: 07-04-2026, regelingnummer: 2026/81)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Lucht
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1031/2010 en artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (1). Voorts wordt verstaan onder:
- 1.
‘centrale administrateur’: de persoon die door de Commissie is aangewezen overeenkomstig artikel 20 van Richtlijn 2003/87/EG;
- 2.
‘nationale administrateur’: de entiteit die verantwoordelijk is voor de administratie namens een lidstaat van een reeks gebruikersrekeningen in het EU-register die tot het rechtsgebied van een lidstaat behoren, en die is aangewezen overeenkomstig artikel 7;
- 3.
‘rekeninghouder’: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van een rekening in het EU-register;
- 4.
‘rekeninggegevens’: alle voor de opening van een rekening of registratie van een verificateur benodigde gegevens, met inbegrip van alle gegevens met betrekking tot de aangewezen vertegenwoordigers;
- 5.
‘bevoegde autoriteit’: de door een lidstaat overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2003/87/EG aangewezen autoriteit of autoriteiten;
- 6.
‘verificateur’:
- a)
voor vaste installaties, vliegtuigexploitanten en gereglementeerde entiteiten, een verificateur als gedefinieerd in artikel 3, punt 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie (1);
- b)
voor maritiem vervoer, een verificateur als gedefinieerd in artikel 3, punt f), van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad (2);
- 7.
‘luchtvaartemissierechten’: emissierechten die zijn gecreëerd overeenkomstig de artikelen 3 quater en 3 quinquies van Richtlijn 2003/87/EG en die voor 1 januari 2025 werden verleend, en voor hetzelfde doel gecreëerde emissierechten voortvloeiend uit op grond van artikel 25 van die richtlijn aan het EU-ETS gekoppelde emissiehandelssystemen;
- 8.
‘algemene emissierechten’: emissierechten die zijn gecreëerd overeenkomstig hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG, met inbegrip van emissierechten voortvloeiend uit op grond van artikel 25 van die richtlijn aan het EU-ETS gekoppelde emissiehandelssystemen, en emissierechten die zijn gecreëerd overeenkomstig de artikelen 3 quater en 3 quinquies van die richtlijn en die na 1 januari 2025 zijn verleend;
- 8 bis.
‘emissierechten voor gereglementeerde entiteiten’: emissierechten die zijn gecreëerd overeenkomstig hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG;
- 9.
‘proces’: een geautomatiseerd technisch middel om een handeling te verrichten die betrekking heeft op een rekening of een eenheid in het EU-register;
- 10.
‘uitvoering’: de afronding van een voorgesteld proces, hetgeen tot voltooiing, als aan alle voorwaarden is voldaan, dan wel beëindiging van dat proces kan leiden;
- 11.
‘werkdag’: elke dag van het jaar van maandag tot en met vrijdag;
- 12.
‘transactie’: een proces in het EU-register waarbij een emissierecht, een jaarlijkse emissieruimte-eenheid, een landverwijderingseenheid en een eenheid in het kader van toewijzingen van flexibiliteit als bedoeld in de artikelen 13, 13 bis en 13 ter van Verordening (EU) 2018/841, van de ene rekening naar de andere worden overgedragen;
- 13.
‘inlevering’: de boeking van een emissierecht door een stationaire installatie, vliegtuigexploitant, scheepvaartmaatschappij of gereglementeerde entiteit tegen de geverifieerde emissies van zijn of haar installatie, vliegtuig, schip of tot verbruik uitgeslagen brandstof;
- 14.
‘afschrijving’: de definitieve afstoting van een emissierecht door de bezitter ervan zonder deze tegen geverifieerde emissies te boeken;
- 15.
‘witwassen’: praktijk als omschreven in artikel 1, lid 3, van Richtlijn (EU) 2015/849;
- 16.
‘ernstige strafbare feiten’: feiten als omschreven in artikel 3, punt 4, van Richtlijn (EU) 2015/849;
- 17.
‘terrorismefinanciering’: praktijk als omschreven in artikel 1, lid 5, van Richtlijn (EU) 2015/849;
- 18.
‘directeur’: persoon met leidinggevende verantwoordelijkheid als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 25, van Verordening (EU) nr. 596/2014;
- 19.
‘moederonderneming’: een moederonderneming als omschreven in artikel 2, punt 9, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (3);
- 20.
‘dochteronderneming’: een dochteronderneming als omschreven in artikel 2, punt 10, van Richtlijn 2013/34/EU;
- 21.
‘groep’: een groep in de zin van artikel 2, punt 11, van Richtlijn 2013/34/EU;
- 22.
‘centrale tegenpartij’: een centrale tegenpartij als omschreven in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (4);
- 23.
‘ESR-nalevingsperiode’: de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2030 tijdens welke de lidstaten hun broeikasgasemissies moeten beperken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/842;
- 24.
‘jaarlijkse emissieruimte-eenheid’ of ‘AEA’: een deel van de jaarlijkse emissieruimte van een lidstaat zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 10 van Verordening (EU) 2018/842 ter grootte van één ton kooldioxide-equivalent;
- 25.
‘exploitantrekeningen’: vaste-installatietegoedrekeningen, vliegtuigexploitanttegoedrekeningen, maritieme-exploitanttegoedrekeningen en gereglementeerde-entiteittegoedrekeningen;
- 26.
‘exploitanten’: vaste installaties, vliegtuigexploitanten, scheepvaartmaatschappijen en gereglementeerde entiteiten;
- 27.
‘eerste LULUCF-nalevingsperiode’: de periode van vijf jaar, van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025, waarin de lidstaten in hun boekhouding de emissies en verwijderingen van broeikasgassen in de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2018/841 bedoelde boekhoudcategorieën voor land moeten weergeven;
- 28.
‘tweede LULUCF-nalevingsperiode’: de periode van vijf jaar, van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030, waarin de lidstaten de emissies en verwijderingen van broeikasgassen in de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2018/841 bedoelde rapportagecategorieën of -sectoren voor land moeten registreren;
- 29.
‘landverwijderingseenheid’ (‘LRU’): een boventallige verwijdering in een lidstaat, berekend als het verschil tussen de geboekte of gerapporteerde emissies en verwijderingen vóór het gebruik van enige vorm van flexibiliteit, vergeleken met de toezegging of met het voor die lidstaat vastgestelde streefcijfer ter grootte van één ton koolstofdioxide-equivalent;
- 30.
‘eenheid in het kader van de toewijzing van flexibiliteit voor beheerde bosgrond’ (‘MFLFA’): een onderverdeling van de maximale compensatie waarover de lidstaten in de eerste LULUCF-nalevingsperiode in het kader van de flexibiliteit voor beheerde bosgrond beschikken, zoals bepaald in artikel 13 van Verordening (EU) 2018/841 en bijlage VII bij die verordening, ter grootte van één ton koolstofdioxide-equivalent;
- 31.
‘aanvullende eenheid in het kader van de toewijzing van flexibiliteit voor Finland’ (‘AFAF’): een onderverdeling van de maximale compensatie waarover Finland in de eerste LULUCF-nalevingsperiode in het kader van de aanvullende compensatie voor dat land beschikt, zoals bepaald in artikel 13 bis van Verordening (EU) 2018/841, ter grootte van één ton kooldioxide-equivalent;
- 32.
‘eenheid in het kader van de toewijzing van flexibiliteit voor landgebruik’ (‘LUFA’): een onderverdeling van de maximale compensatie waarover de lidstaten in de tweede LULUCF-nalevingsperiode in het kader van het flexibiliteitsmechanisme voor landgebruik beschikken, zoals bepaald in artikel 13 ter van Verordening (EU) 2018/841 en bijlage VII bij die verordening, ter grootte van één ton koolstofdioxide-equivalent.
Voetnoten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8).
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 334 van 31.12.2018, blz. 94).
Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).
Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).