NJB 2019/114
Wrakingsverzoek art. 512 Sv tegen de leden van de strafkamer van de Hoge Raad, welk verzoek erop berust dat het ontoelaatbaar is dat aan de beraadslaging over een cassatieberoep niet alleen wordt deelgenomen door de drie of vijf raadsheren die tot de zetel behoren die over het cassatieberoep oordeelt maar ook door zogeheten reservisten (de overige raadsheren van de strafkamer). De civiele kamer van de Hoge Raad wijst het wrakingsverzoek af vanwege onder meer het volgende. De rol van reservisten: de niet in de zetel opgenomen leden van de kamer zijn niet belast met de behandeling en beslissing van de zaak, maar deze reservisten kunnen met het oog op het bewaken van de rechtseenheid in de kamer deelnemen aan de beraadslaging over zaken in raadkamer. Die deelname van reservisten is nodig om consistentie van cassatierechtspraak te waarborgen. Deelname van reservisten aan de beraadslaging over zaken in raadkamer laat onverlet dat een zaak uitsluitend door de leden van de zetel wordt behandeld en beslist in de zin van artikel 75 lid 2 en lid 3 RO. Het raadkamergeheim als bedoeld in artikel 7 lid 3 RO is onverkort op reservisten van toepassing. Wraking van reservisten: de rol van reservisten bij de beraadslaging in raadkamer over een zaak moet voor de toepassing van artikel 512 Sv worden aangemerkt als rechterlijke bemoeienis met die zaak. Aldus is wraking ook ten aanzien van reservisten mogelijk. Reikwijdte van de wrakingsprocedure: bij de behandeling van de aangevoerde wrakingsgronden wordt vooropgesteld dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat hij jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De beoordeling van wrakingsgronden dient mede plaats te vinden tegen de achtergrond van artikel 6 lid 1 EVRM. De betekenis van deze bepaling bij de beoordeling van wrakingsgronden is beperkt tot het vereiste van onpartijdigheid van de rechter, welke onpartijdigheid de afwezigheid van bevooroordeeldheid en vooringenomenheid behelst. Andere aspecten van artikel 6 EVRM, zoals de vereisten van onafhankelijkheid (‘independent’), een wettelijke grondslag (‘established by law’) en ‘equality of arms’, kunnen geen grond voor wraking opleveren. Beoordeling in casu: De omstandigheid dat reservisten op voormelde wijze bijdragen aan de beraadslaging in raadkamer over een zaak vormt niet een aanwijzing dat leden van een zetel of betrokken reservisten jegens een partij een vooringenomenheid koesteren of dat een dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. De rol van reservisten kan niet worden aangemerkt als een beïnvloeding door collega-rechters die verband houdt met enige vooringenomenheid jegens een partij
HR 21-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2397
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
21 december 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, E.N. Punt, M.A. Fierstra, J. Wortel en T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
18/03936
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2397, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21‑12‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1269, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2018
- Wetingang
(art. 512 Sv)
Essentie
Wrakingsverzoek art. 512 Sv tegen de leden van de strafkamer van de Hoge Raad, welk verzoek erop berust dat het ontoelaatbaar is dat aan de beraadslaging over een cassatieberoep niet alleen wordt deelgenomen door de drie of vijf raadsheren die tot de zetel behoren die over het cassatieberoep oordeelt maar ook door zogeheten reservisten (de overige raadsheren van de strafkamer). De civiele kamer van de Hoge Raad wijst het wrakingsverzoek af vanwege onder meer het volgende. De rol van reservisten: de niet in de zetel opgenomen leden van de kamer zijn niet belast met de behandeling en beslissing van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.