Vgl. bijvoorbeeld HR 3 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1308; HR 6 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1815, NJ 2023/10; HR 8 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1586, NJ 2022/364.
HR, 14-01-2025, nr. 22/02743
ECLI:NL:HR:2025:63
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14-01-2025
- Zaaknummer
22/02743
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:63, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1168
ECLI:NL:PHR:2024:1168, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑11‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:63
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0014
Uitspraak 14‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep (art. 3.C Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen, munitie en pepperspray (art. 26.1 WWM). Onttrekking aan het verkeer van weegschaal, geldautomaten en tas. Vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer, art. 36c en 36d Sr. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Ongecontroleerd bezit van weegschalen, geldautomaten en tassen is niet in strijd met wet of algemeen belang. Zonder nadere uitleg valt niet in te zien dat geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of voorbereiding van soortgelijke feiten als bewezenverklaard. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer (zonder terugwijzing). Samenhang met 23/00203 P.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02743
Datum 14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2022, nummer 20-003091-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer is bevolen van een weegschaal, een tas en twee geldautomaten, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat de inbeslaggenomen weegschaal, twee geldautomaten en een tas aan het verkeer onttrokken worden verklaard.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 10.
3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen weegschaal, geldautomaten en tas en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze zeven maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025.
Conclusie 05‑11‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Veroordeling voor wapen- en drugsdelicten. Klacht dat het hof de onttrekking aan het verkeer van een weegschaal, twee geldautomaten en een tas ontoereikend heeft gemotiveerd. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer van deze voorwerpen is bevolen, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 23/00203.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02743
Zitting 5 november 2024
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 14 juli 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’; 2. ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’, alsmede 4. ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft voorts de onttrekking aan het verkeer van in het arrest omschreven voorwerpen bevolen en de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van andere in het arrest omschreven voorwerpen.
Er bestaat samenhang met de zaak 23/00203. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat het hof de onttrekking aan het verkeer van een weegschaal, twee geldautomaten en een tas ontoereikend heeft gemotiveerd. Zonder nadere motivering zou niet zijn in te zien dat en waarom het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en/of de wet en dat de geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan.
Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat
‘1.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat 1] ) 21,8887 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] een vuurwapen van categorie III sub 1, te weten een pistool (merk Crvena Zastava), zijnde voornoemd pistool een vuurwapen in de vorm van een pistool niet vallende onder de categorie II sub 2, 3 of 6
en munitie van categorie III, te weten 14 patronen (kaliber 9 mm) en 42 patronen (kaliber 7.65 mm), voorhanden heeft gehad;
4.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] tezamen en in vereniging met een ander 2 busjes pepperspray, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.’
6. Het arrest houdt inzake de onttrekking aan het verkeer het volgende in.
‘Beslag
De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven busjes pepperspray zoals genoemd op de beslaglijst onder 16 en 17, met betrekking tot welke het onder 2 bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven weegschaal, geldautomaten en een tas en een patroonhouder, genoemd op de beslaglijst onder respectievelijk 2, 3, 4, 5 en 18, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven werden aangetroffen en deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.
(…)
BESLISSING
Het hof:
(…)
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een weegschaal (goednummer 788531);
- een tas (goednummer 785203);
- twee geldautomaten (goednummers 788514 en 788514A)
- twee busjes traangas (goednummer 788586 en 788588);
- een patroonhouder (goednummer 789011);’
7. De artikelen 36c en 36d Sr luiden als volgt:
Artikel 36c:
‘Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:
1°. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;
2
°. met betrekking tot welke het feit is begaan;
3
°. met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
4
°. met behulp van welke de opsporing van het feit is belemmerd;
5. °. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;
een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.’
Artikel 36d:
‘Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.’
8. Uit beide artikelen volgt dat onttrekking aan het verkeer van voorwerpen slechts mogelijk is voor zover zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
9. Met de steller van het middel meen ik dat het ongecontroleerd bezit van weegschalen, geldautomaten en tassen niet in strijd is met de wet of met het algemeen belang.1.Dat kan anders liggen als deze voorwerpen onderdeel uitmaken van een gezamenlijkheid van voorwerpen waarvan het ongecontroleerd bezit in strijd is met het algemeen belang, maar dat is door het hof niet vastgesteld.2.
10. Met de steller van het middel meen ik voorts dat zonder nadere uitleg, die ontbreekt, niet valt in te zien dat geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als door het hof bewezen zijn verklaard.
11. Het middel slaagt. Naar het mij voorkomt kan Uw Raad de zaak zelf afdoen.3.
12. Ambtshalve merk ik op dat Uw Raad arrest zal wijzen nadat meer dan twee jaren verstreken zijn nadat het cassatieberoep is ingesteld. Dat dient tot strafvermindering te leiden.4.Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer is bevolen van een weegschaal, een tas en twee geldautomaten, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 05‑11‑2024
Vgl. HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2488; HR 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:773.
Vgl. HR 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1115.
HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358 m.nt. Mevis; HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, NJ 2024/133.