NJB 2025/509
Indien is vastgesteld dat een vreemdeling in zijn land van gebruikelijke verblijfplaats niet te vrezen heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade, hoeft de minister niet te beoordelen of de vreemdeling toegang krijgt tot dat land.
ABRvS 27-02-2025, ECLI:NL:RVS:2025:724
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
27 februari 2025
- Magistraten
Mrs. Wissels, Kuijer, Van Breda
- Zaaknummer
202304438/1/V2
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2025:724, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 27‑02‑2025
- Wetingang
(art. 31 Vw 2000)
Essentie
Indien is vastgesteld dat een vreemdeling in zijn land van gebruikelijke verblijfplaats niet te vrezen heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade, hoeft de minister niet te beoordelen of de vreemdeling toegang krijgt tot dat land.
Partij(en)
Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. de Minister van Asiel en Migratie, 2. [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 7 juli 2023 in zaak nr. NL23.2297 in het geding tussen: de vreemdeling en de minister.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 18 januari 2023 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.