Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/11.4.2
11.4.2 De gevolgen van zaaksvorming voor het recht van reclame en voorrecht van de onbetaalde verkoper
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90991:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Byttebier 2005, nr. 446; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20,5° Hyp. W., nr. 2. Zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.2.2.
Sagaert 2014 nr. 891; Van Neste & Derine 1990, nr. 302; Sagaert, Tilleman & Verbeke 2010, nr. 236.
Jansen TPR 2008/1, nr. 30; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20,5° Hyp. W., nr. 47.
Dit is het meerderheidsstandpunt in de literatuur: Haegenborgh, RW 1995-96, p. 1367; Sagaert 2003, nr. 572; Jansen, TPR 2008/1, nr. 29-31; Jansen 2009, nr. 114; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20,5° Hyp. W., nr. 48; Sagert & Del Corral 2015, nr. 170. Anders: Dirix & De Corte 2006, nr. 280.
De Page 1957, nr. 218; Sagaert 2003, nr. 572.
Sagaert, RW 2000-01, p. 1314; Jansen TPR 2008/1, nr. 31; Jansen 2009, nr. 114; Jansen & Sagaert TPR 2012/3, nr. 141; François & Cuypers 2013, Commentaar bij art. 20,5° Hyp. W., nr. 47-48; Sagaert & Del Corral 2015, nr. 214. Het voorrecht kan worden uitgeoefend tot maximaal de waarde van het oorspronkelijke onderpand, dus de waarde van de zaak vóór de zaaksvorming. De meerwaarde die ontstaat door zaaksvorming staat niet in verband met het oorspronkelijke onderpand, maar met de verrichte arbeid. Dit staat dus los van het voorrecht dat wordt toegekend aan de verkoper, omdat hij de zaak levert aan de koper en onbetaald blijft. Het zou ook leiden tot een ongerechtvaardigde verrijking voor de leverancier ten koste van de failliete boedel. Zie ook Sagaert 2003, nr. 572.
Sagaert 2003, nr. 572.
Van Haegenborgh, RW 1994-95, p. 1368. Zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.5.
Spreken de leverancier en de koper af om gelijktijdig of kort na elkaar te presteren en blijft de koper vervolgens in gebreke met de betaling van de koopprijs, dan heeft de leverancier de bevoegdheid om de door hem geleverde zaken op te eisen (art. 20, 5° Hyp.W.).1 Dit recht van reclame beoogt partijen in de situatie te brengen waarin zij zich bevonden voor de aflevering van de zaken, maar na het sluiten van de overeenkomst. Daarom bepaalt de wet dat de zaken zich ‘in dezelfde staat’ moeten bevinden (art. 20, 5 lid 6 Hyp.W.). Door zaaksvorming bevinden de zaken zich echter niet meer ‘in dezelfde staat’. De oorspronkelijke zaken zijn juridisch gezien opgehouden te bestaan. Er is een nieuwe zaak ontstaan.2 Dit heeft tot gevolg dat het recht van reclame vervalt.3
Zaaksvorming staat daarentegen niet in de weg aan het uitoefenen van het voorrecht door de leverancier. Art. 20, 5, zesde lid Hyp.W. vereist voor het voorrecht van de onbetaalde verkoper niet dat de zaak zich nog in dezelfde staat moet bevinden.4 Het voorrecht ziet namelijk op de waarde van de geleverde zaak.5 Als de waarde van de geleverde zaak ‘aanwezig’ is in de nieuwe zaak en deze zaak is eigendom van de koper, kan het voorrecht worden uitgeoefend ten aanzien van de executieopbrengst van de nieuwe zaak.6
Het voorrecht ‘verlengt’ zich als het ware tot de executieopbrengst van de nieuwe zaak. Sagaert schrijft dat deze uitkomst gerechtvaardigd is, omdat:
“Ook al is de substantie van de zaak bewerkt, toch blijft de waarde ervan nog aanwezig in het vermogen van de debiteur. Wanneer het voorrecht zou teloorgaan bij de transformatie van het onderpand, zou de failliete boedel zich zonder juridische grondslag verrijken ten koste van de preferente schuldeiser.”7
Het verhaalsvermogen van de koper is dus vergroot door de prestatie van de leverancier. De door hem geleverde zaak is een onderdeel van (de waarde van) de nieuwe zaak. Er bestaat een nauwe band tussen de gesecureerde vordering van de leverancier en de nieuwe zaak die een gedeeltelijke surrogaat vormt van de geleverde zaak. Deze band rechtvaardigt dat de leverancier zich met voorrang kan verhalen op de nieuwe zaak. Daarnaast loopt de leverancier het risico met betrekking tot de geleverde zaak om onbetaald te blijven. Het wordt onbillijk geacht als andere schuldeisers eenzelfde of zelfs een hoger gerangschikte aanspraak dan de leverancier verkrijgen op de nieuwe zaak, zonder dat zij de prestatie hebben geleverd.8