NJB 2026/605
Vennootschapsbelasting. Passivering van voorwaardelijke betalingsverplichting. Vormen van voorziening?
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:397
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
23/04451
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:397, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:663, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑06‑2024
- Wetingang
(art. 8 Wet VPB 1969)
Essentie
Vennootschapsbelasting. Passivering van voorwaardelijke betalingsverplichting. Vormen van voorziening?
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Passivering van voorwaardelijke betalingsverplichting
2.2.1
De middelen I en III betreffen de op grond van de fusieovereenkomst op belanghebbende rustende betalingsverplichting voor de door haar kleindochtermaatschappij volgens die overeenkomst te kopen aandelen. De fusieovereenkomst en daarmee ook de betalingsverplichting zijn afhankelijk van opschortende voorwaarden en worden pas onvoorwaardelijk indien onzekere, buiten de macht van de bij die overeenkomst betrokken partijen gelegen toekomstige gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. De middelen betogen dat een dergelijke voorwaardelijke betalingsverplichting op de fiscale balans mag worden gepassiveerd, hetzij als schuld, hetzij als voorziening, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.