BR 2023/8
Elektronische bekendmaking, art. 2:14 Awb
ABRvS 26-10-2022, ECLI:NL:RVS:2022:3088, m.nt. M. Buitenhuis
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
26 oktober 2022
- Magistraten
Mrs. B.P.M. van Ravels, B. Meijer en J.J.W.P. van Gastel
- Zaaknummer
202105476/1/R1
- Noot
M. Buitenhuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS681181:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:3088, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 26‑10‑2022
- Wetingang
(Art. 2:14 Awb)
Essentie
Elektronische bekendmaking, art. 2:14 Awb
Samenvatting
Kenbaar maken in de zin van artikel 2:14 Awb kan zowel impliciet als expliciet geschieden. De memorie van toelichting stelt weliswaar dat ‘voorlopig’ nog van uitdrukkelijke kenbaarmaking moet worden uitgegaan. Die tekst dateert van meer dan vijftien jaar geleden en sindsdien heeft het elektronische verkeer met de overheid zich sterk ontwikkeld. Aan die tekst wordt dus geen doorslaggevende betekenis toegekend.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.