NJ 1953/491
HR, 04-05-1953
HR 04-05-1953, ECLI:NL:HR:1953:94, m.nt. Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 mei 1953
- Magistraten
Mrs Fick, Feber, van Berckel Rapp., Westerouen van Meeteren, Haga
- Zaaknummer
[04051953/NJ_1953-491]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Noot
Prof. Mr. B.V.A. Röling
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS167064:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1953:94, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑05‑1953
- Wetingang
(Sv art. 359.)
Samenvatting
Het in art. 359 eerste lid j° art. 415 Sv. erkende belang van den veroordeelde om den inhoud der gebezigde bewijsmiddelen onder alle omstandigheden op eenvoudige wijze te kunnen kennen, voor welk belang het Hof op eenzelfde wijze heeft te waken bij appèl van een mondeling vonnis als bij dat van een schriftelijk, brengt mede, dat bij vernietiging van een mondeling vonnis slechts die bewijsmiddelen worden overgenomen wier inhoud is af te lezen of wel uit de aantekening van dit vonnis of wel — hetgeen te dezen geen wezenlijk verschil uitmaakt — uit het p.v., waarin die aantekening is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.