Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.2.6.6:8.2.6.6 Vergelijking met Duits recht op het punt van de termijnstelling
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.2.6.6
8.2.6.6 Vergelijking met Duits recht op het punt van de termijnstelling
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS585247:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
395. In paragraaf 8.2.4.7 beschreef ik dat de schuldeiser met een HGB-Zurückbehaltungsrecht of een wettelijk pandrecht bevoegd is om de zaken die hij onder zich heeft te executeren. Op verzoek van de curator kan het Insolvenzgericht de schuldeiser die tot Absonderung bevoegd is een termijn stellen om te executeren, zie § 173(2) InsO. Heeft de schuldeiser de zaak niet binnen die termijn verkocht, dan is de curator bevoegd tot executie. De curator kan dan daartoe afgifte van de zaak afdwingen.1 Deze gang van zaken is al met al spiegelbeeldig aan de Nederlandse regeling van art. 60 Fw.
Ook in het Duitse systeem is er een stok achter de deur ingebouwd voor het talmen met executie door de schuldeiser met een Absonderungsrecht. De termijnstelling dient ook in Duitsland een voortvarende afwikkeling van het faillissement, en ze dient er niet toe de bevoegdheid tot executie op de curator te doen overgaan.2 Anders dan in Nederland, waar de termijn door de curator of schuldeiser wordt gezet (en vervolgens eventueel op diens verzoek verlengd door de rechter-commissaris), ligt de regie van de termijnstelling in Duitsland bij het Insolvenzgericht. Als uitgangspunt moet het Insolvenzgericht bij het bepalen van de termijn rekening houden met de situatie op de markt en de belangen van de Absonderungsberechtigte schuldeisers afwegen tegen die van de overige schuldeisers. Het valt op dat de termijnstelling in het kader van § 173 (2) InsO een vrij flexibel instrument is. Zo kan de termijn bijvoorbeeld niet alleen worden gesteld met het oog op het concrete resultaat van verkoop van de zaak, maar ook voor het beginnen van de verkoop, of voor een bepaalde tussenstap in het proces van verkoop van de zaak. Ook is de bedoeling dat de termijn zo bemeten is, dat een regeling in onderling overleg tussen de curator en de executerende schuldeiser over de executie of de afkoop van het Absonderungsrecht mogelijk is.3 Deze mate van flexibiliteit heeft in Nederland de termijn van art. 58 Fw, noch die van art. 60 Fw.