V-N 2026/6.22
Belastingrente van 4% voor niet-vennootschapsbelastingzaken volgens A-G op stelselniveau niet strijdig met art. 1 EP bij EVRM
HR (Parket) 19-12-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1393, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
19 december 2025
- Zaaknummer
25/02195
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD43445:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2025
- Wetingang
Art. 30hb AWR
Essentie
Advocaat-generaal Koopman meent dat de belastingrente van 4% voor niet-vennootschapsbelastingzaken op stelstelniveau niet strijdig is met art. 1 EP bij het EVRM.
Samenvatting
X dient een herziene aangifte IB/PVV 2016 in met aanvullende inkomsten. De Belastingdienst legt hem daarop onder meer een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2016 op met dagtekening 26 september 2020. Hierbij wordt ook een bedrag van € 194 aan belastingrente in rekening gebracht. De belastingrente is berekend van 1 juli 2017-20 oktober 2020. Deels is hierop het tijdens de coronacrisis geldende, lagere belastingrentepercentage van 0,01% toegepast; over de resterende renteperiode is de belastingrente berekend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.